III

Ton doulx venin, grace tienne, me fit
Idolatrer en ta divine image
Dont l’oeil credule ignoramment meffit
Pour non preveoir a mon futur dommage.
   Car te immolant ce mien coeur pour hommage
Sacrifia avec l’Ame la vie.
   Doncques tu fus, ô liberté ravie,
Donnée en proye a toute ingratitude:
Doncques espere avec deceue envie
Aux bas Enfers trouver beatitude.
 

Vertaling

Jouw zacht vergif, jouw gratie , deed mij
verafgoden bij jouw goddelijk beeld
waar ’t goedgelovig oog argeloos misdeed
door mijn latere schade niet te voorzien.
Jou offrerend immers mijn hart als hommage
zou ik opofferen met de Ziel het leven.
Dus je werd, o geroofde vrijheid
aan alle ondankbaarheid ten prooi gegeven:
dus hoop met teleurgesteld verlangen
in de Onderwereld  zaligheid te vinden.

Noten

D3 herneemt D1 zoals D4 D2 herneemt en zet het sacrificiële karakter van het innamoramento voor de Amant in de gedaante van Prometheus dikker in de verf.

Er is een dubbele aanspreking die het afscheid nemen benadrukt: de beweging is er eerst een naar de geliefde toe, die het gebeurde herhaalt in het geheugen: de ‘jij’ wordt beeld, idool, een vergoddelijkt ‘image’ dat door het argeloze maar dus ook kwaadaardige oog ontvangen wordt (r.1-4). De visuele perceptie brengt  de Amant ertoe zijn hart te schenken, zonder te beseffen dat het ook Ziel en leven offreert. (r.5-6). Dan richt hij zich tot de geroofde vrijheid: wat rest voor de (verloren vrijheid van de) Amant is de ondankbaarheid van de geliefde, teleurstelling van het verlangen en zaligheid in de hel (r.7-10).

Op deze wijze krijgen we een treffend portret van de Amant op het cruciale moment van het innamoramento: gericht en gevangen door het onbereikbare idool, terugkijkend op verloren vrijheid en in verwachting van ondankbaarheid, teleurstelling en ‘helse zaligheid’. Geen uitweg denkbaar.

Advertenties