IX

Non de Paphos, delices de Cypris, 
Non d’Hemonie en son Ciel temperée: 
Mais de la main trop plus digne fut pris, 
Par qui me fut liberté esperée. 
   Jà hors despoir de vie exasperée. 
Je nourrissois mes pensées haultaines, 
Quand j’apperceus entre les Marjolaines 
Rougir l’Oeillet: Or, dy je, suis je seur 
De veoir en toy par ces proeuves certaines 
Beaulté logée en amere doulceur.

Vertaling

Niet van Paphos, de geneugten van de Cypriote
niet van Haemonia in zijn gematigde Hemel
maar door een hand veel waardiger werd ze (de Anjer) geplukt
waardoor de verhoopte vrijheid  mij ontvlucht.
Reeds wanhopig [buiten de hoop] met het wanhopige leven
voedde ik mijn hautaine gedachten
toen ik tussen de marjoleinen
de Anjer zag blozen : dus, zei ik, ben ik zeker
door zekere bewijzen om in jou te zien
schoonheid gehuisd in bittere zachtheid.

Noten

Zowel Mc Farlane als Joukovsky verbeteren hier in r. 3 ‘fut’ door ‘fus’ en maken zo de Amant het onderwerp dat genomen wordt door de ‘main trop plus digne’ (= metonymie voor Délie). Defaux volgt (met recht en reden, denk ik) die lezing niet en behoudt ‘fut’ waardoor het enige mogelijke onderwerp de Anjer van r.7 wordt. Aldus komt er een dubbele tijd in het dizain, de zes laatste verzen gebeuren voor het kwatrijn.
Het feit dat de dichter zou genomen worden door de hand van Délie klopt immers helemaal niet met het eerder beschreven innamoramento (met de Basilisque-ogen). Hier wordt gewoon nadien een tuinscène weergegeven, Délie is aan het bloemen plukken, de Amant, reeds tot wanhoop gedreven door zijn getroffenheid, ziet de Anjer die zij plukt en beseft dat zij voor hem waarlijk ‘Beaulté logée en amere doulceur’ is.

Zelf vermoed ik dat het dragen van een Anjer misschien wel te lezen is als een merkteken van ‘verloren vrijheid’, dus de Amant is de trotse drager van de door Délie geplukte bloem en verliest daardoor zijn vrijheid want voor andere vrouwen is het duidelijk dat hij ‘bezet’ is…

r.1: Paphos, Cypris: Venus gaf haar naam aan Cyprus en er was daar een cultus aan haar gewijd, Paphos is een stad op Cyprus cf. Horatius Oden I, 30, 1: “O Venus regina Cnidi Paphique”

r.2: Hemonie: oude naam voor Thessalië, de geboorteplaats van Aphrodite/Venus, naar Haemon, vader van Thessalos

r2: son Ciel temperée: verwijzing naar de paradijselijke geneugten van het  dal van Tempe cfr Horatius Oden I,7,1-4: “Laudabunt alii claram Rhodon […] aut Thessale Tempe”
De Venus waar hier wordt naar verwezen, in tegenstelling tot de ‘populaire’ Venus van r.1,  is de Venus ‘celeste’, die niet verleidt tot vleselijke geneugtes maar inspireert tot een sobere en gematigde affectie, zoals later ook Montaigne die zal karakteriseren in zijn ‘De l’amitié’. De eerste drie verzen vormen dus een opstapje van het vurige, koortsachtige verlangen (Venus I) over de gematigde liefde (Venus II) tot de ware deugd van Délie.

Advertenties